Wat is narcisme

De kernsymptomen van narcisme zijn: een instabiele basis, zichzelf opblazen, gebrek aan wederkerigheid en afstoten. Deze vier symptomen vormen een vicieuze cirkel, de narcistische cirkel.

Narcisten voelen zich verheven boven anderen, zoeken voortdurend naar bewondering en erkenning en willen dat ook bevestigd zien, daarnaast hebben ze een overdreven kleurrijk zelfbeeld. Een instabiele basis wordt gekenmerkt door wantrouwen en het niet kunnen aangaan van duurzame intieme relaties.

Zeven hoofdkenmerken van narcisme:

  1. Schaamteloosheid: narcisten zijn vol van zichzelf en openlijk schaamteloos; ze zijn emotioneel niet gebonden aan de behoeften en de wensen van anderen. Narcisten verkiezen immers schuld boven schaamte, omdat schuld hen toelaat hun acties van zichzelf te scheiden – het zijn alleen hun acties die verkeerd zijn, terwijl hun intentie goed is.
  2. Magisch denken” en projectie: narcisten zien zichzelf als perfect, hoewel ze soms strategisch zullen beweren van niet. Met behulp van vervorming, illusie (magisch denken) en het via projectie “dumpen” van schaamte bij anderen houden ze dat zelfbeeld ook in stand.
  3. Arrogantie: narcisten blazen hun eigenwaarde buitenproportioneel op door anderen te kleineren en te vernederen, hetzij in rechtstreekse communicatie, hetzij in communicatie over anderen.
  4. Afgunst: narcisten gunnen anderen geen sociale erkenning van hun kwaliteiten. Als anderen erkenning krijgen, stellen narcisten hun gevoel van superioriteit veilig door minachting te gebruiken en de prestaties van anderen te minimaliseren.
  5. Aanspraak: omdat ze zichzelf als bijzonder beschouwen menen narcisten aanspraak te kunnen maken op een speciale behandeling en speciale gunsten. Niet-naleving hiervan wordt als een aanval op hun superioriteit beschouwd. Wie hen dit niet gunt wordt beschouwd als een “vreemd” of “moeilijk” persoon. Het kan leiden tot narcistische verwonding of narcistische woede.
  6. Exploitatie: narcisten “gebruiken” anderen zonder rekening te houden met hun gevoelens of interesses. Vaak bevindt de andere persoon zich in een onderdanige positie waar weerstand moeilijk of zelfs onmogelijk is, of wordt hij of zij door de narcist in deze positie gemanoeuvreerd. Dergelijke exploitatie kan leiden tot veel maar kortstondige relaties.
  7. Slechte grenzen: narcisten erkennen niet dat anderen geen verlengstukken zijn van zichzelf. Anderen bestaan enkel om aan hun behoeften te voldoen. Van de anderen wordt bewondering geëist en verwacht dat ze de eigenwaarde en gevoel van superioriteit van de narcist voeden. Ze worden behandeld alsof ze deel uitmaken van de narcist. In de geest van een narcist is er dus geen grens tussen hem- of haarzelf en de ander.

Hoe ken je signalen?

  • Overal over twijfelen. Je kunt de simpelste beslissing niet eens nemen. Dat bewijst voor jou weer dat je een loser bent, en maakt dat je nog meer aan jezelf gaat twijfelen.
  • Denken dat je overgevoelig bent. Doordat destructieve mensen voortdurend alles omdraaien, ga je denken dat jij de veroorzaker van de problemen bent. Als jij niet zo moeilijk zou doen, dan was er niets aan de hand. Hij werd zo woedend omdat jij zo nerveus deed, etc.
  • Je voor alles excuseren. Omdat je te maken hebt met een onvoorspelbaar persoon die je tevreden moet zien te houden, probeer je gedoe te voorkomen door jezelf al bij voorbaat schuldig te verklaren. Ik maakte zelf excuses voor alles en wist dat niet eens, tot gezonde mensen me er op wezen dat ik me er bijvoorbeeld niet voor hoefde te verontschuldigen dat het regende tijdens ons uitje.
  • Weinig energie en een gebrek aan daadkracht. Je zou van alles moeten doen, maar komt tot weinig. Je kunt vaak niet helder denken.
  • Moeite met slapen en ontspannen. Je kunt enorm piekeren, maar komt er niet uit. Of je hebt last van heftige emoties, die je niet echt kunt verklaren. Je voelt je vaak niet op je gemak.
  • Gevoel van zinloosheid. Je kunt nergens echt blij om zijn en voelt je daar weer schuldig over. Het is je misschien al meerdere malen verweten; waarom ben je zo zwaar of doe je zo moeilijk. Maar het is moeilijk, alleen begrijp je niet wat er aan de hand is. Je voelt geen hoop meer en zit je tijd uit. Het besef dat dit om jouw leven gaat, kun je niet meer voelen.
  • Terughouden van informatie naar anderen. Je voelt dat er iets niet in de haak is, maar onbewust probeer je anderen te misleiden; nee hoor, het gaat wel. Bezorgde vragen van anderen lijken alleen maar irritant, want je moet het zien vol te houden. Of je hunkert juist naar de vraag hoe het met jou gaat, maar kunt er alleen geen antwoord op geven.
  • Je herkent jezelf niet meer terug. Je voelt wel dat je ooit een heel ander persoon was. Iemand met meer zelfvertrouwen, die kon genieten. Je bent een schim van jezelf geworden, en verwijt dat jezelf. Alles ligt immers aan jou, is je steeds verteld. Je bent het gaan geloven.